Burgerlijk Wetboek Boek 4
Artikel 46
1

Bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

2

Daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil mogen slechts dan voor uitlegging van een beschikking worden gebruikt, indien deze zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.

3

Wanneer een erflater zich klaarblijkelijk in de aanduiding van een persoon of een goed heeft vergist, wordt de beschikking naar de bedoeling van de erflater ten uitvoer gebracht, indien deze bedoeling ondubbelzinnig met behulp van de uiterste wil of met andere gegevens kan worden vastgesteld.



Laatst gewijzigd: 16-Jul-10 08:03

Vraag & Antwoord

Vragen? Opmerkingen? Suggesties? Gebruik het reactieformulier!

Zoeken & Vinden

Advocaat zoeken

Advocaat nodig? Tik de postcode!

Ingezonden mededeling


Mijn account

Snelkoppeling

Index   Boek 1   Boek 2   Boek 3   Boek 4   Boek 5   Boek 6   Boek 7   Boek 7a   Boek 8

Bladwijzer

Aantekeningen

Tags

 
<+ expr:${site.copyright:-©2008 LUXiTUDE} +>
Postbus 44
3500 AA UTRECHT
The Netherlands
(T) +31 30 2630304
(F) +31 30 2630305
De teksten op deze site zijn een bewerking van de officiele teksten. Gebruik van de informatie op deze website geschiedt uitsluitend op risico van de bezoeker. Alleen publicaties in het Staatsblad, de Staatscourant en andere van overheidswege verkrijgbaar gestelde publicatiebladen hebben een officieel karakter. ©MMVIII All rights reserved. Niets uit deze website mag worden vervuldigd en/of openbaar worden gemaakt zonder toestemming van de wetmaster. De Algemene Voorwaarden LUXiTUDE alsook de Voorwaarden voor Gebruik zijn van toepassing. Powered by LUXiTUDE Enterprise Portal Server V20081231.